belanghebbende Een mens of bedrijf die door de gemeente wordt aangemerkt als eigenaar en/of gebruiker van een bepaald object.
beroep (instellen) De rechter vertellen dat de WOZ-beschikking en/of de uitspraak op bezwaar (door de gemeente) niet goed is. Beroep wordt ingesteld bij de Rechtbank. In de uitspraak op bezwaar staat welke Rechtbank bevoegd is. Als u het ook met de uitspraak van de Rechtbank niet eens bent, kunt u nog in hoger beroep. Hoger beroep kunt u instellen bij een van de 5 Gerechtshoven in Nederland.
beroepschrift Brief waarmee beroep ingesteld wordt.
beschikking Het besluit van de gemeente om  iemand aan te merken als belanghebbende bij een bepaald pand met een bepaalde waarde.
beschikken Het nemen van een beschikking door de gemeente. De beschikking wordt tegenwoordig meestal genomen door u een aanslagbiljet gemeentelijke belastingen toe te zenden waarop ook de beschikking staat vermeld.
bezwaar (maken) De gemeente vertellen dat de WOZ-beschikking niet goed is.
bezwaargrond Reden waarom bezwaar gemaakt wordt. Bijvoorbeeld: Ik ben helemaal geen gebruiker van dat pand.
bezwaarschrift Brief of formulier waarmee bezwaar gemaakt wordt.
bouwjaar Het jaar waarin het pand bouwtechnisch tot stand is gekomen. Deze datum wordt door de gemeente bepaald. Voor oudere panden kan een tijdvak worden weergegeven. Panden voor 1900 worden veelal in één groep vermeld. Bij nieuwbouw geldt niet de datum van de laatste oplevering of laatste eigen werkzaamheid maar wordt gekeken naar het grotere bouwtechnische geheel.
bouwlaag Verdieping. De bouwlaag op straatpeil heeft de waarde 0, de bouwlaag 1 ligt op de 1e verdieping en de kelder ligt op -1.
bruto inhoud Veel voorkomende inhoudsmaat waarbij de lengte, breedte en hoogte buitenwerks worden gemeten. Dit betekent dus (bijvoorbeeld !) van buitenkant muur tot buitenkant muur en van onderkant voordeurdrempel tot bovenkant panlat. Bij rijenwoningen worden de tussenmuren hart-op-hart gemeten; de woningbreedte loopt van het midden van de woningscheidende muur aan de ene kant tot het midden van de woningscheidende muur aan de andere kant.  Een goede hulpmiddel om ter plaatse de bruto inhoud te bepalen is door het nameten vanaf een bouwtekening.  Als u die niet heeft, kunt u bij de afdeling bouw en woningtoezicht van uw gemeente de bouwtekening van uw woning opvragen en inzien. Zie ook inhoud.
bruto oppervlakte Buitenlangs gemeten oppervlakte. Zie ook (bruto) inhoud.
burgerlijke gemeente De lokale overheid waar u bijvoorbeeld uw paspoort haalt en die de wet WOZ uitvoert. Er zijn ongeveer 480 gemeenten in Nederland.  De meeste gemeenten vindt u via www.gemeentenaam.nl. Als dat niet lukt vindt u hier een overzicht.
 
CNW zie courante onroerende zaak
courante onroerende zaak Type object waar een markt voor is. Voorbeeld: winkel, kantoor, bedrijfspand. Term wordt gebruikt ter onderscheiding van woningen en incourante onroerende zaken. Een garage wordt in deze indelingen tot de woningen gerekend.
cum suis code (cs) Als meerdere mensen samen eigenaar zijn, dan wijst de gemeente een van hen als belanghebbende aan. Dit komt bijvoorbeeld voor bij gehuwden en als gevolg van verervingen. De mede-eigenaren staan cum suis bij het kadaster geregistreerd.
deelperceel Als een deel van een (geheel kadastraal) perceel wordt verkocht, ontstaan twee of meer deelpercelen. Zodra het kadaster ter plaatse de ligging en de maat van de 'gesplitste' percelen heeft opgemeten, vervallen de deelpercelen en ontstaan twee of meer nieuwe gehele percelen.
eigenaar Een persoon of bedrijf dat het juridische eigendom van een object heeft. Dit eigendom blijkt meestal uit het kadaster. De term eigenaar wordt in het gebruik ook gehanteerd voor personen en bedrijven die op grond van bezit of beperkt recht iets over het object te zeggen hebben. Als peildatum geldt vrijwel altijd 1 januari. Wie dus op 2 januari zijn pand verkoopt, staat voor de WOZ (en de OZB) vrijwel altijd nog een heel jaar als eigenaar te boek.
fictie Niet echt. De wet schrijft een aantal regels voor die in het kader van de wet WOZ in acht moeten worden genomen. Een aantal van die regels bevat ficties. Dat betekent dat ongeacht de werkelijke situatie, toch van de 'fictieve situatie' moet worden uitgegaan. Bijvoorbeeld: elk pand moet getaxeerd worden alsof het leeg staat (en dus direct verkoopbaar is). Het maakt niet uit of het pand in werkelijkheid wel of niet leeg staat.
gebruiker Een persoon of bedrijf dat het gebruik van een object heeft. Veel voorkomende vorm van gebruiken zijn huren of eigen gebruik. Het gebruik blijkt meestal uit het bevolkingsregister, de registratie van de Kamer van Koophandel, feitelijke waarneming ter plaatse of uit opgave door de eigenaar. Als peildatum geldt vrijwel altijd 1 januari. Wie dus op 2 januari zijn pand verlaat, staat voor de WOZ (en de OZB) vrijwel altijd nog een heel jaar als gebruiker te boek.
gebruikscode De gebruikscode geeft in hoofdzaak aan of een object een stuk grond betreft, een woning is of  een niet-woning is. Een woning is een pand dat gebruikt wordt als woning. Wordt er niet gewoond, dan is het een niet-woning. Als in een pand wordt gewoond én gewerkt, geldt de zogenoemde 70% regel: als 70% van de waarde van het pand wordt gebruikt voor woondoeleinden is er sprake van een woning. Woningen in aanbouw en woningen die leeg staan zijn ook woningen.
gecorrigeerde transactieprijs Als uit het marktonderzoek blijkt dat een koop of verhuur tegen een veel te hoog of veel te laag bedrag is gebeurd, dan bepaalt de gemeente wat een marktconform niveau zou zijn geweest. Als er weinig transacties zijn, kan de gemeente dergelijke gecorrigeerde transactieprijzen gebruiken voor het taxeren. Een voorbeeld van een lage verkoopprijs komt vaak voor bij verkopen binnen familie. Hoge prijzen komen voor als iemand 'koste wat kost' een bepaald pand wil hebben.
gecorrigeerde vervangingswaarde Incourante objecten worden op deze manier getaxeerd. Uitgangspunt is de waarde van de grond plus de bouwkosten. Voor oudere panden wordt naar leeftijd afgeschreven. Daarnaast kan voor een aantal specifieke beperkingen van het pand een waardevermindering worden toegepast.
grondoppervlakte De oppervlakte grond die (afzonderlijk) in de waarde wordt betrokken. Meestal is dit gelijk aan de toegekende oppervlakte. Verschillen kunnen optreden bij objecten die een stuk water omvatten en als er via de huurwaardekapitalisatiemethode wordt getaxeerd.
herwaardering De gemeente is verplicht alle panden één keer per jaar te (laten) taxeren. Deze activiteit wordt de herwaardering genoemd.
huisnummer De gemeente bepaalt welk huisnummer een pand voert. Dit komt vrijwel altijd overeen met het nummer dat op het pand zelf staat aangegeven. In heel enkele gevallen wijkt dit af (met name in oude binnensteden en industrieterreinen). In geval van twijfel geldt het huisnummer dat door de gemeente is toegekend.
huurprijs De huurwaarde per vierkante meter van een bedrijfspand. De huurprijs kan per objectdeel verschillen.
huurwaarde De huurprijs maal de oppervlakte van een bedrijfspand.
huurwaardekapitalisatiefactor zie kapitalisatiefactor
huurwaardekapitalisatiemethode Deze methode gaat uit van het rendement dat een eigenaar van een verhuurd pand wil maken. In plaats van 6% rente als hij zijn centen (de waarde van het pand) op de bank zet, wil hij (bijvoorbeeld) 8% rendement als hij een pand koopt en gaat verhuren. Het huurrendement is hoger omdat er een stukje risico aan zit; staat een pand leeg dan ontvangt de verhuurder ook geen huur. De factor kan uit de markt worden bepaald én worden berekend. Daarbij spelen dan onder meer aspecten als de verhuurbaarheid, de onderhoudstoestand en natuurlijk de huur en de looptijd van het huurcontract een rol. Deze methode wordt voor vrijwel alle courante bedrijven toegepast omdat er meer verhuurcijfers zijn dan verkoopcijfers. Ook als een pand niet is verhuurd, kan de methode worden toegepast.
incourante onroerende zaak Type object waar geen markt voor is. Voorbeeld: ziekenhuis, gevangenis, school. Incourante objecten worden anders getaxeerd dan courante. Zie ook courante onroerende zaken.
inhoud In het kader van de wet WOZ is elke gemeente vrij om te kiezen welke kenmerken er van een pand beschreven worden. De inhoud van een pand wordt bijna door elke gemeente gebruikt. De definitie van die inhoud is evenwel niet in elke gemeente gelijk. Uiteraard geldt overal lengte maal breedte maal hoogte; het verschil zit in het al dan niet meenemen van muren, nissen en open ruimten zoals inpandige balkons. Elk type object binnen een gemeente moet aan dezelfde definitie worden onderworpen. Zie ook bruto inhoud
inventariseerder Bouwkundige en/of aankomend taxateur die de kenmerken van een pand in kaart brengt en/of controleert.
kadastrale aanduiding Het feitelijke kadastrale adres. Heel Nederland is kadastraal verdeeld in kadastrale gemeenten. Deze gebieden dragen veelal de naam van de burgerlijke gemeente die zij omvatten. Veel burgerlijke gemeenten zijn in de afgelopen jaren gefuseerd. In het kadastrale adres kom je de namen van die voormalige gemeenten nog tegen. Kadastrale gemeenten zijn weer verdeeld in gebieden die secties worden genoemd. Een sectie wordt aangeduid door een letter. De verschillende percelen binnen een sectie hebben elk een nummer. Een voorbeeld van een kadastrale aanduiding is PMR00 Sectie A nummer 1111 G0000.
kadastraal adres Naast een gemeentelijke adressen, zoals Wolkammerstraat 31, 1825 DK Alkmaar,  bestaan er ook kadastrale adressen. Een kadastraal adres wordt toegekend door het kadaster en gebruikt om op een kaart een stuk grond (en alles wat daarop staat) terug te vinden. Elk stuk grond heeft een kadastraal adres.  Zo kunnen we ook als er géén pand of huisnummer bekend is, toch een stuk grond terugvinden. Enkele voorbeelden van zaken waar (soms) geen huisnummer van is zijn transformatorhuisjes, weilanden en nieuwbouw gebieden. Zie ook kadastrale aanduiding.
kadastraal perceel Stuk grond dat als een eenheid bij het kadaster is geregistreerd. Elk kadastraal perceel heeft een kadastraal adres.
kadastrale oppervlakte Het aantal vierkante meters dat een geheel kadastraal perceel groot is.
kapitalisatiefactor Verhoudingsgetal om het verschil tussen de huurwaarde en de verkoopwaarde van een bedrijfspand tot uitdrukking te brengen. De kapitalisatiefactor wordt gebruikt bij taxeren op basis van de kapitalisatiemethode
kennisgeving De fysieke brief die de gemeente aan een belanghebbende stuurt. In inhoud van de brief bevat één of meer beschikkingen. Tegenwoordig wordt bijna geen kennisgeving meer verzonden omdat de beschikking wordt meegeprint op het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen.
makelaar (OZ) Persoon die bemiddelt bij het kopen en verkopen van woningen en/of bedrijven. Niet elke makelaar is ook taxateur.
marktonderzoek De gemeente is verplicht alle verkopen en verhuren die plaats vinden te registreren en te onderzoeken. In het onderzoek kijkt de gemeente of de verkoop of verhuur niet veel te duur of veel te goedkoop was. Transacties die 'marktconform' zijn, worden later gebruikt als basis voor het taxeren.
meegetaxeerde oppervlakte Oppervlakte grond die is betrokken in de taxatie van agrarische objecten. Bij die objecten is de meegetaxeerde oppervlakte over het algemeen kleiner dan de toegekende oppervlakte. Het verschil is agrarische grond die niet hoeft te worden getaxeerd. Grond onder en naast de woning en de opstallen wordt altijd wel meegetaxeerd. Bij 'gewone' objecten is de meegetaxeerde oppervlakte altijd gelijk aan de toegekende oppervlakte. 
monumentaanduiding Voor taxaties in het kader van de wet WOZ is alleen van belang of een pand wel of niet een rijksmonument is. Soms vermeldt een gemeente uit service ook het feit dat een pand een gemeentelijk of ander soort monument is.
NEN 2580 Document waarin meetinstructies staan voor verschillende oppervlakten (zoals BVO, VVO, GVO).  Sommige gemeenten gebruiken de NEN 2580, maar dit is niet verplicht. U kunt de NEN 2580 kopen bij het Nederlands Normalisatie-instituut.
object Een stuk grond en/of een gebouw. Een object is altijd in hetzelfde waterschap gelegen. Een object kan uit meerdere stukken grond en/of gebouwen bestaan. Elk stuk grond en/of gebouw moet dan wel dezelfde eigenaar hebben én dezelfde gebruiker. Wordt ook wel WOZ-object genoemd.
objectafbakening De objectafbakening beschrijft wat en wie er tot het object behoort. Dat betekent: welke grond, welke opstallen en welke belanghebbenden
objectkenmerken Beschrijvende gegevens van een pand. Bijvoorbeeld: bouwjaar, grootte, type opstal.
omschrijving WOZ-deelobject Geeft aan wat voor type deelobject het betreft. Bijvoorbeeld een 'hoofdgebouw' of een 'schuur'.  Zie verder omschrijving WOZ-object.
omschrijving WOZ-object Geeft aan wat voor type object het betreft. Bijvoorbeeld een 'flatwoning' of een 'winkel'. De omschrijving van objecten is niet in alle gemeenten gelijk. Binnen een gemeente worden dezelfde objecten wel gelijk aangeduid. Doel van de omschrijving is het op hoofdlijnen onderling kunnen vergelijken van objecten. De omschrijving wordt door inventariseerders en taxateurs samen bepaald. De bij zeer recente nieuwbouw wel gebruikte omschrijvingen (zoals Bernardus C5) zijn veel te specifiek en zouden tot te kleine groepen kunnen leiden. Deze omschrijvingen worden daarom niet gebruikt. Ook voor zeer bijzondere objecten is soms geen eigen type aanwezig.
oppervlakte Lengte maal breedte van een stuk grond of opstal. Zie ook (bruto) inhoud.
OZB Afkorting van Onroerende Zaakbelasting. Belasting die door de gemeente wordt geheven van eigenaren en van gebruikers. De WOZ-beschikking is de basis voor het opleggen van de heffing.
peildatum fysieke situatie Alle beschikkingen die in 2009 worden genomen zijn gebaseerd op de fysieke toestand op 1 januari 2008 (de waardepeildatum). Alleen als een pand tussen de waardepeildatum en de ingang van het belastingjaar waarvoor de waarde geldt is gewijzigd, bijvoorbeeld door verbouw of brand, dan wordt uitgegaan van de feitelijke situatie op 1 januari 2009. De wetgever heeft deze data bepaald.
pro forma Voor de vorm. Zie pro forma bezwaar.
pro forma bezwaar Als een belanghebbende niet op tijd bezwaar kan indienen, kan hij een pro forma bezwaarschrift indienen. In dat bezwaarschrift staat "ik maak bezwaar en licht het later toe".
reden afwijking marktgegeven Naar aanleiding van marktonderzoek kan de gemeente concluderen dat het pand marktconform verkocht is. De reden van afwijking is dan "geen". Als een pand te duur of te goedkoop is verkocht, moet uit onderzoek ook blijken wat de reden daarvan is. Voorbeelden zijn "verkoop aan zittende huurder" of "familietransactie". Gemeenten controleren via het marktonderzoek ook of eerder vastgestelde WOZ-waarden te hoog of te laag zijn vastgesteld. Behoudens grote afwijkingen, heeft dit voor de burger meestal geen gevolgen. Als een pand recent is verbouwd is geen goede vergelijking mogelijk en wordt dat als uitkomst vermeld.
referentie-object Verkocht pand (of verhuurd bedrijf) dat lijkt op het te taxeren object. De (eventueel gecorrigeerde) verkoopprijs van referentie-objecten bepaalt de woz-waarde van het te taxeren object. Flats en rijenwoningen zijn veel voorkomende type objecten waardoor referentie-objecten veelal (vrijwel) identieke panden zijn die rond de waardepeildatum zijn verkocht.  Als er rond de waardepeildatum geen identieke panden zijn verkocht, kunnen panden die eerder of later zijn verkocht als referentiepand worden genomen. Ook kunnen panden die (meer) verschillen met het te taxeren pand als referentie worden gebruikt. In alle  gevallen bepaalt een taxateur de waarde door rekening te houden met de verschillen tussen het te taxeren pand en het referentie-object. Tegenwoordig gebruiken veel taxateurs daarvoor een digitaal referentiestelsel.
referentiestelsel Vroeger een map met daarin de beschrijving en gegevens van verkochte objecten. Door een te taxeren object te vergelijken met een referentie-object kan de waarde worden bepaald. Tegenwoordig is het referentiestelsel (vrijwel) alleen nog digitaal aanwezig en wordt het vergelijken uitgevoerd door een computer.
sectie Een bepaald stuk grond of deel van een kadastraal adres. Wordt altijd aangegeven met een letter (bijvoorbeeld sectie L).
subject Een mens of bedrijf.
taxateur Onafhankelijk persoon die de waarde van het object schat. Moet een taxatie onderbouwen aan de hand van gerealiseerde transacties. Taxateur wordt je na het behalen van een examen bij de SVMnivo. Taxateurs die werken in het kader van de wet WOZ dienen hiervoor een extra opleiding te volgen die wordt afgerond met een (landelijk) examen. Niet elke taxateur is ook makelaar.
taxatierapport Uitgebreide beschrijving van het WOZ-object op papier. Is niet standaard bij een gemeente aanwezig omdat gegevens van objecten zijn opgeslagen in geautomatiseerde bestanden.
taxatieverslag Beknopt overzicht van een paar kenmerken van het WOZ-object. Een taxatieverslag bevat onder meer de kadastrale gegevens en gegevens van vergelijkbare objecten. De (minimale) inhoud is wettelijk bepaald. Iedere belanghebbende heeft recht op een taxatieverslag. Bij de meeste gemeenten kunt u on line een taxatieverslag downloaden.
tijdvak Vroeger golden WOZ-beschikkingen voor meerdere jaren. Die periode werd het tijdvak genoemd. Tegenwoordig geldt een beschikking altijd maar voor 1 jaar. Dat jaar wordt soms ook wel aangeduidt als het belastingjaar.
toegekende oppervlakte De oppervlakte grond die bij een WOZ-object hoort. De toegekende oppervlakte kan hetzelfde zijn als de kadastrale oppervlakte (bijvoorbeeld bij een vrijstaande woning). De toegekende oppervlakte kan ook een deel van de kadastrale oppervlakte zijn. Bij een rijtje huurwoningen die op één kadastraal perceel zijn gelegen, wordt bijvoorbeeld de kadastrale oppervlakte over de op dat perceel gelegen woningen verdeeld (lees toegekend). De toegekende oppervlakte kan uit meerdere kadastrale percelen bestaan. Dit komt bijvoorbeeld voor als de grond achter de woningen een aparte kadastrale aanduiding heeft terwijl de woning en de grond dezelfde eigenaar en gebruiker hebben. Tot slot komen ook nog combinaties met gedeelten van kadastrale percelen voor.
transactiedatum De datum dat koper en verkoper bij de notaris de juridische levering van het pand regelen. Deze datum ligt altijd na de verkoopdatum. Uit praktisch oogpunt wordt meestal de datum van inschrijving bij het kadaster aangehouden. Die inschrijving doet de notaris meestal 1 dag nadat verkoper en koper bij hem op kantoor zijn geweest.
transactieprijs Het bedrag dat is opgenomen in de akte van levering en als prijs wordt ingeschreven bij het kadaster
uitspraak Zie uitspraak op bezwaar
uitspraak op bezwaar Schriftelijke reactie van de gemeente op een ingediend bezwaarschrift. Als een belanghebbende het niet eens is met deze reactie kan hij of zij in beroep gaan.
vastgestelde waarde Ander woord voor WOZ-waarde.
verdisconteren Als een aspect is verdisconteerd in de waarde, is er bij taxatie met dat aspect rekening gehouden.
verkoopdatum De datum dat koper en verkoper met elkaar overeen komen om het pand te verkopen. Meestal wordt uit praktisch oogpunt hiervoor de datum van de koopakte (voorlopig koopcontract) aangehouden.
verkoopprijs De tegenprestatie die koper aan verkoper levert om eigenaar te mogen worden van het pand. De verkoopprijs kan afwijken van de transactieprijs omdat partijen meerdere transacties sluiten en/of delen op andere wijze verrekenen. De verkoopprijs is de echte waarde van een pand.
vraagprijs Gemeenten zijn verplicht actief marktinformatie te verzamelen. Dat doen ze onder meer door (geautomatiseerd) op internet gepubliceerde advertenties te verzamelen. De in deze advertenties gevonden prijzen worden vraagprijzen genoemd.
waarde per onderdeel De waarde van een onderdeel van een object, zoals de dakkapel of een loods. Niet elke gemeente kent per onderdeel een waarde toe. Er kan alleen tegen de WOZ-waarde (het totaal van alle deelwaarden) bezwaar worden gemaakt.
waardepeildatum Het moment waarop de waarde van toepassing is. Alle taxaties die in 2009 worden beschikt, bevatten het prijspeil 1-1-2008. Dit is al in 1995 wettelijk vastgelegd en dus niet afhankelijk van de ups en downs in de markt. De waardepeildatum heeft tot doel om alle panden in Nederland op gelijk 'niveau' te kunnen taxeren. Als taxateurs zouden moeten taxeren naar de datum van opname zou men in een maand heel Nederland moeten taxeren. Zoveel taxateurs zijn er niet. Een taxatietraject duurt al snel een half jaar. En in een markt waarin de woningprijzen stijgen zouden panden die als laatste aan de beurt zijn hoger getaxeerd worden dan panden die al een half jaar eerder zijn gedaan.
Waarderingskamer Zelfstandig bestuursorgaan dat toezicht houdt op de uitvoering van de wet WOZ door gemeenten. De Waarderingskamer geeft onder meer instructies uit en heeft inspecteurs in dienst die gemeenten controleren. Als een gemeente zich niet aan de regels houdt, bijvoorbeeld niet marktconform laat taxeren, kunnen sancties worden opgelegd.
Waterschap Een waterschap is een lokale overheid vergelijkbaar met een gemeente.  Waterschappen gaan over dijken en andere waterkeringen en zorgen ervoor dat het water op 'peil' blijft. Ook hebben waterschappen de zorg voor de kwaliteit van het water.  De waterschappen krijgen een deel van hun inkomsten via belasting die zij baseren op de WOZ-beschikkingen. Algemene  informatie over waterschappen vindt u hier. Het waterschap waar u mee te maken heeft vindt u op deze kaart of als u de naam weet in deze lijst.
WOZ Afkorting van Waardering Onroerende Zaken. Wordt veel gebruikt als verwijzing naar de Wet WOZ.  Samenstellen met het woord WOZ beogen aan te geven dat het woord gelezen moet worden in verband met de wet WOZ.
WOZ-object zie object.
WOZ-waarde De waarde die een gebouw en/of stuk grond volgens de gemeente heeft. Deze waarde wordt door middels van een beschikking vastgesteld. Wordt ook wel vastgestelde waarde genoemd.

Disclaimer versie 04-04-2009